dinsdag 22 maart 2011

Where is the love?

Daar zat ik dan. Als jochie van pak ‘m beet 15 jaar, midden in een moshpit waar je ‘U’ tegen zegt. In m’n opvouwbare scootmobiel, opkijkend naar de zoveelste optredende artiest die dag. Het eerste festival waar ik bij was, bevrijdingsfestival Den Bosch. Niet het hoofdpodium, waar je de groentjes, zoals ik toen was, zou verwachten, maar bij het Flowieso XL podium op het kerkpleintje. Naast het podium waar de optredens waren, was een boksring gemaakt, waarin gedebatteerd zou worden. Ook het publiek mocht meedoen, en de beste debater uit het publiek kreeg aan het eind een paar Duke-sneakers. Ik was wonderwel de beste, en ging naar huis met 2 Duke-shirts en een pet. Die sneakers waren aan mij niet besteed.

Het publiek dat aanwezig was, bestond uit vooral jongens, die een aantal jaar ouder waren dan ik, en allemaal hiphop uitstraalden. Vrede, rust, en 1 liefde. Ik voelde me meteen thuis, en in de volgende jaren zou ik nog verschillende hiphopfestivals bijwonen. Die ene middag zal me waarschijnlijk het langste bijblijven, omdat het m’n eerste festival was, en ik me op dat moment pas bewust werd van mijn liefde voor muziek, en het spelen met taal.

Op elk hiphopfestival waar ik kwam, werd ik herkend, en (her)kende ik steeds meer mensen. Er was een harde kern, en misschien dat ik mezelf teveel eer toeschrijf, maar ik reken mezelf tot die harde kern. Elk festival geniet ik weer, maar steeds vaker bekruipt me het gevoel dat ik er toch niet helemaal thuishoor.

Ik denk dat het veel te maken heeft met het volgende. Het publiek, dat bij mijn ‘festival-ontgroening’ aanwezig was, veranderde van een totale harde kern, die begreep waar het over ging, en die allemaal voor hetzelfde kwamen, langzamerhand in een massapubliek, bestaande uit jochies van amper 14 jaar, te jonge, te dik opgemaakte meisjes die er uit willen zien als een meisje dat ze diep van binnen niet willen zijn. Ik ben geneigd om ze sletjes te noemen, maar velen van hen weten waarschijnlijk niet eens wat een sletje is. Vies, stoerdoenerij, en ondertussen geen idee hebbend waar het over gaat. De harde kern is er ook nog steeds, maar wordt steeds kleiner. Ze worden in ieder geval in steeds kleinere getale vertegenwoordigd. Erg jammer, voor de sfeer, en voor mijn beleving.

Ik irriteer me aan deze groep jonkies, en vraag me af wat zij in hemelsnaam doen op festivals als Hiphop In Duketown en Definitie van Dopeheid. Ze kennen de rappers niet bij naam, kennen de termen niet, en zijn als de dood voor een pit. WHATTHEFUCK doen ze dan vooraan bij de optredens, WHATTHEFUCK doen ze fucking asociaal wanneer er iemand in een rolstoel iets wil zien, en hoe komen ze er ineens bij dat zij de groep zijn waar alles om draait? Ze leven volgens mij in een wereld waarin alles draait om hen, een soort Lizzy McGuire figuren, en zijn zich niet bewust van anderen.

Terug naar dat eerste festival. De ene box na de andere werd uitgedeeld, iedereen had respect voor iedereen, en waardeerde iedereens aanwezigheid, omdat ze wisten waar iedereen voor kwam. Niet om de populaire boy uit te hangen, maar voor die ene liefde.

En terug naar het heden. Kindjes met een arrogante blik in hun ogen, geen boxen meer, behalve voor degenen die al bij je horen. Kille blikken naar mensen die er anders uitzien, en vieze blikken als iemand een jointje of een sigaret opsteekt. Bah. Ga met je barbies of met je lego spelen. Ga voetballen op het speelveldje, en ga koekjes bakken met vriendinnen, maar ga in hemelsnaam niet de hiphopsfeer verpesten.

Begrijp me niet verkeerd, ik weet dat de underground steeds meer mainstream wordt, maar wil dat ook zeggen dat wat hiphop was, geen hiphop meer is?
Mijn liefde voor hiphop blijft.


Geschreven op: 20 juli 2010

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen